De 30%-Regeling voor Expats in 2026: Wijzigingen, Voorwaarden en Gevolgen
De 30%-regeling is een van de bekendste fiscale faciliteiten van het Nederlandse belastingstelsel en beoogt Nederland aantrekkelijk te maken als vestigingslocatie voor buitenlands talent. De regeling stelt werkgevers in staat om aan werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland komen een forfaitaire onbelaste vergoeding te verstrekken ter compensatie van de extra kosten die verbonden zijn aan het werken buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten). In dit artikel bespreken wij de actuele voorwaarden, de recente wijzigingen en de praktische gevolgen in 2026.
Werking van de 30%-Regeling
Het forfait
De kern van de regeling is een forfaitaire vergoeding voor extraterritoriale kosten. De werkgever mag een deel van het overeengekomen loon aanwijzen als onbelaste vergoeding, zonder dat de werkelijke kosten hoeven te worden aangetoond. Historisch bedroeg dit forfait 30% van het totale loon (inclusief de vergoeding zelf), maar dit percentage is per 2024 gewijzigd.
Gewijzigd percentage per 2024
Per 1 januari 2024 is de 30%-regeling versoberd. Het percentage wordt in drie fasen afgebouwd:
De totale looptijd van de regeling blijft vijf jaar (60 maanden). De afbouw houdt in dat het gemiddelde voordeel over de volledige looptijd lager is dan onder de oude regeling.
Voor werknemers die voor 1 januari 2024 reeds gebruikmaakten van de 30%-regeling, geldt een overgangsregeling. Deze werknemers behouden het percentage van 30% gedurende de resterende looptijd van hun beschikking, mits zij voor 1 januari 2024 de regeling reeds toepasten.
Maximering
Sinds 2019 is de 30%-regeling gemaximeerd: de onbelaste vergoeding wordt berekend over het loon tot het bedrag van de WNT-norm (Wet Normering Topinkomens). In 2026 bedraagt deze norm circa € 233.000. Over het loon boven dit bedrag kan geen 30%-vergoeding worden toegepast.
Voorwaarden
Specifieke deskundigheid
De werknemer moet beschikken over specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit wordt getoetst aan de hand van een inkomensnorm: het fiscale loon (exclusief de 30%-vergoeding) moet minimaal circa € 46.107 bedragen (in 2026).
Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma geldt een verlaagde inkomensnorm van circa € 35.048. Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek verrichten aan bepaalde aangewezen instellingen geldt geen inkomensnorm.
Aanwerving uit het buitenland
De werknemer moet zijn aangeworven uit het buitenland of zijn uitgezonden naar Nederland. Dit betekent dat de werknemer in de 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling in Nederland meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens moet hebben gewoond.
Terugkerende Nederlanders die langer dan acht jaar buiten Nederland hebben gewoond, kunnen eveneens in aanmerking komen, mits zij voldoen aan het afstandscriterium van 150 kilometer. Bij een verblijf in het buitenland van minder dan acht jaar maar meer dan 25 maanden geldt het afstandscriterium eveneens, maar wordt de resterende looptijd van de beschikking gekort.
Beschikking
De toepassing van de 30%-regeling vereist een gezamenlijke beschikking van de werkgever en de werknemer, afgegeven door de Belastingdienst. Het verzoek moet worden ingediend binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling in Nederland. Bij een later verzoek gaat de regeling pas in op de eerste dag van de maand na het verzoek.
Voordelen voor de Werknemer
Nettoloonvoordeel
Het directe voordeel is een hoger nettoloon. Door een deel van het brutoloon aan te wijzen als onbelaste vergoeding, wordt het belastbare loon verlaagd. Bij een brutoloon van € 100.000 en toepassing van het 30%-forfait in de eerste fase bedraagt het belastbare loon circa € 70.000. Het verschil van € 30.000 is netto beschikbaar.
Partieel buitenlands belastingplichtige (optie)
Werknemers die de 30%-regeling toepassen, kunnen kiezen voor de status van partieel buitenlands belastingplichtige in box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting. Dit houdt in dat zij in box 3 uitsluitend worden belast over in Nederland gelegen vermogen (onroerende zaken, aandelen in OZR's) en niet over buitenlands vermogen.
Deze optie kan aanzienlijk voordeel opleveren voor expats met substantieel vermogen in het buitenland. Het vermogen in het buitenland (bankrekeningen, beleggingen, onroerend goed) valt buiten de Nederlandse box-3-heffing.
Praktische faciliteiten
Naast het forfaitaire percentage biedt de 30%-regeling enkele praktische voordelen:
Gevolgen voor de Werkgever
Loonkosten
De 30%-regeling verlaagt de loonkosten voor de werkgever niet per definitie. De regeling is een herstructurering van het loon: het brutoloon wordt deels omgezet in een netto onbelaste vergoeding. De werkgever bespaart premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zvw over het onbelaste deel.
In de praktijk maken werkgever en werknemer afspraken over de verdeling van het voordeel. Veelal wordt een nettoloon afgesproken, waarbij de werkgever de 30%-regeling toepast om de brutoloonkosten te verlagen.
Administratie
De werkgever moet de 30%-vergoeding op de juiste wijze verwerken in de loonadministratie. De onbelaste vergoeding wordt opgenomen als eindheffingsloon (vrije ruimte) of als gerichte vrijstelling, afhankelijk van de wijze van toepassing.
Samenloop met Andere Regelingen
Werkkostenregeling
De 30%-vergoeding is een gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling. De vergoeding gaat niet ten laste van de vrije ruimte. Werkelijke extraterritoriale kosten die boven het forfait uitkomen, worden wel belast of moeten ten laste van de vrije ruimte worden gebracht.
Belastingverdragen
De 30%-regeling is een nationale faciliteit en wordt niet als zodanig erkend in belastingverdragen. Bij de toepassing van een belastingverdrag wordt in beginsel uitgegaan van het volledige loon (inclusief het onbelaste deel). Dit kan leiden tot discussies over de toerekening van de heffingsrechten, met name bij werknemers die in meerdere landen werken.
Sociale zekerheid
De 30%-regeling heeft geen directe invloed op de sociale zekerheidspositie van de werknemer. De vraag in welk land de werknemer sociaal verzekerd is, wordt bepaald door de EU-verordening 883/2004 (binnen de EU/EER) of door bilaterale verdragen.
Einde van de Regeling
De 30%-regeling eindigt:
Bij wisseling van werkgever kan de regeling worden voortgezet bij de nieuwe werkgever, mits de onderbreking niet langer is dan drie maanden en een nieuwe gezamenlijke beschikking wordt aangevraagd.
Kritiek en Maatschappelijk Debat
De 30%-regeling is onderwerp van maatschappelijk en politiek debat. Voorstanders wijzen op het belang van de regeling voor het aantrekken van internationaal talent en de concurrentiepositie van Nederland. Tegenstanders benadrukken het ongelijke speelveld tussen binnenlandse en buitenlandse werknemers en het effect op de woningmarkt in steden als Amsterdam.
De versobering per 2024 (afbouw van het percentage) is een compromis in dit debat. Verdere aanpassingen zijn niet uit te sluiten.
Praktische Tips
Conclusie
De 30%-regeling blijft in 2026 een waardevol instrument voor werkgevers die internationaal talent willen aantrekken, zij het dat de versobering het voordeel geleidelijk vermindert. De voorwaarden en de administratieve vereisten vragen om zorgvuldige aandacht. Zowel werkgevers als werknemers doen er goed aan de regeling te laten beoordelen door een deskundige adviseur.
Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.