·Susan Cabot·7 minfiscale eenheidVPBconcernstructuurverliesverrekening

Fiscale Eenheid voor de VPB: Voor- en Nadelen in 2026

De fiscale eenheid stelt een groep vennootschappen in staat om als een belastingplichtige te worden behandeld. Dit artikel bespreekt de voorwaarden, voordelen, nadelen en recente ontwikkelingen van de fiscale eenheid in de VPB.

Fiscale Eenheid voor de VPB: Voor- en Nadelen in 2026

De fiscale eenheid is een van de meest gebruikte faciliteiten in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Het stelt een moedervennootschap (de moedermaatschappij) in staat om samen met een of meer dochtervennootschappen (de dochtermaatschappijen) als een enkele belastingplichtige te worden behandeld voor de VPB. Geregeld in de artikelen 15 tot en met 15aj van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, biedt de fiscale eenheid significante voordelen, maar kent zij ook risico's en beperkingen. In dit artikel bespreken wij de actuele stand van zaken in 2026.

Voorwaarden voor de Fiscale Eenheid

Bezitseis

De moedermaatschappij moet zowel juridisch als economisch ten minste 95% van de aandelen houden in de dochtermaatschappij. Dit betreft het aandelenkapitaal dat recht geeft op winst en liquidatie-uitkeringen. Het 95%-vereiste is strikt: een belang van 94% volstaat niet.

Het bezit kan direct of indirect zijn. Een kleindochtermaatschappij kan worden opgenomen in de fiscale eenheid indien het indirecte belang (via een of meer tussenliggende dochtermaatschappijen) ten minste 95% bedraagt.

Vestigingseis

Zowel de moeder- als de dochtermaatschappij moeten in Nederland zijn gevestigd. Dit is een gevolg van de territoriale werking van de Wet VPB 1969. Buitenlandse vennootschappen kunnen in beginsel niet worden opgenomen in een Nederlandse fiscale eenheid.

De Hoge Raad heeft in het verleden prejudiciele vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over de verenigbaarheid van deze vestigingseis met de EU-verdragsvrijheden. Het resultaat is dat de vestigingseis in beginsel is gehandhaafd, maar dat bepaalde voordelen van de fiscale eenheid op verzoek ook in grensoverschrijdende verhoudingen moeten worden geboden (de zogenoemde per-elementbenadering).

Gelijk boekjaar

De moeder- en dochtermaatschappij moeten hetzelfde boekjaar hanteren. Een afwijkend boekjaar voorkomt opname in de fiscale eenheid.

Rechtsvorm

De fiscale eenheid is beschikbaar voor BV's, NV's, cooperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Andere rechtsvormen (zoals stichtingen of buitenlandse rechtsvormen) komen niet in aanmerking als moeder- of dochtermaatschappij, hoewel buitenlandse vennootschappen die vergelijkbaar zijn met een NV of BV in bepaalde gevallen als tussenliggende houdstermaatschappij kunnen fungeren.

Verzoek aan de inspecteur

De fiscale eenheid komt tot stand op verzoek van de moeder- en dochtermaatschappij. Het verzoek wordt ingediend bij de inspecteur en kan terugwerken tot maximaal drie maanden voor de datum van het verzoek. De beschikking van de inspecteur bevat de ingangsdatum en de vennootschappen die deel uitmaken van de fiscale eenheid.

Voordelen van de Fiscale Eenheid

1. Horizontale verliesverrekening

Het belangrijkste voordeel is de mogelijkheid om winsten van de ene groepsvennootschap te verrekenen met verliezen van een andere groepsvennootschap binnen dezelfde fiscale eenheid. Zonder fiscale eenheid worden winsten en verliezen per vennootschap afzonderlijk bepaald en kan een verlies bij de dochter niet direct worden verrekend met winst bij de moeder.

Voorbeeld: Moeder BV maakt een winst van € 500.000. Dochter BV lijdt een verlies van € 300.000. Zonder fiscale eenheid betaalt Moeder BV VPB over € 500.000 en kan Dochter BV het verlies slechts verrekenen met eigen toekomstige winsten. Met fiscale eenheid bedraagt de geconsolideerde winst € 200.000 en wordt uitsluitend over dit bedrag VPB geheven.

2. Interne transacties

Onderlinge transacties tussen vennootschappen binnen de fiscale eenheid worden voor de VPB genegeerd. Dit betekent dat:

  • Geen verrekenprijsproblematiek (transfer pricing) speelt bij interne leveringen.
  • Geen VPB-heffing plaatsvindt bij overdracht van activa binnen de fiscale eenheid.
  • Geen dividendbelasting is verschuldigd bij onderlinge winstuitkeringen.
  • 3. Een aangifte

    De fiscale eenheid dient slechts een geconsolideerde VPB-aangifte in, in plaats van afzonderlijke aangiften per vennootschap. Dit levert administratieve vereenvoudiging op.

    4. Drempelbedragen en staffels

    Bepaalde drempelbedragen en staffels in de VPB gelden per belastingplichtige. Binnen een fiscale eenheid worden deze eenmaal toegepast op het geconsolideerde niveau. Dit kan zowel voordelig als nadelig uitwerken. Het lage VPB-tarief van 19% geldt slechts eenmaal over de eerste € 200.000 aan belastbare winst.

    5. Geen afrekening bij herstructurering

    Binnen een fiscale eenheid kan vermogen worden verplaatst tussen de moeder en de dochters zonder dat dit leidt tot fiscale afrekening. Dit vergemakkelijkt interne herstructureringen.

    Nadelen en Risico's

    1. Hoofdelijke aansprakelijkheid

    Alle vennootschappen binnen de fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schulden van de gehele eenheid (artikel 39 Invorderingswet 1990). Dit betekent dat bij betalingsproblemen van de moedermaatschappij de dochtermaatschappij kan worden aangesproken voor de volledige VPB-schuld, en vice versa.

    Dit risico is met name relevant bij verkoop van een dochtermaatschappij: de koper moet rekening houden met eventuele latente VPB-schulden van de fiscale eenheid.

    2. Verlies van tariefschijven

    Zonder fiscale eenheid heeft iedere vennootschap afzonderlijk recht op het lage VPB-tarief van 19% over de eerste € 200.000. Binnen een fiscale eenheid geldt dit voordeel slechts eenmaal. Bij meerdere winstgevende dochters kan het voordeel van de verliesverrekening worden overtroffen door het nadeel van de tariefstaffel.

    Voorbeeld: Drie vennootschappen met elk € 150.000 winst:

  • Zonder fiscale eenheid: 3 x (19% x € 150.000) = € 85.500
  • Met fiscale eenheid: 19% x € 200.000 + 25,8% x € 250.000 = € 38.000 + € 64.500 = € 102.500
  • In dit voorbeeld is de fiscale eenheid per saldo € 17.000 nadeliger.

    3. Ontvoegingsperikelen

    Bij verbreking van de fiscale eenheid (ontvoeging) treden diverse herrekeningen in werking:

  • Sanctiebepaling: Verliezen die zijn verrekend binnen de fiscale eenheid kunnen onder voorwaarden worden teruggenomen.
  • Waarderingsperikelen: Activa en passiva moeten bij ontvoeging worden gewaardeerd, wat tot fiscale afrekening kan leiden.
  • Stelselwijzigingen: Eventuele stelselwijzigingen bij toetreding tot de fiscale eenheid moeten worden teruggedraaid.
  • 4. Renteaftrekbeperkingen

    De earningstrippingregeling (artikel 15b Wet VPB 1969) wordt toegepast op het niveau van de fiscale eenheid. Dit kan nadelig zijn: de drempel van € 1.000.000 geldt slechts eenmaal voor de gehele eenheid, terwijl afzonderlijke vennootschappen elk een eigen drempel zouden hebben.

    5. Verliesverdamping bij voeging

    Voorvoegingsverliezen van een dochtermaatschappij kunnen na voeging in de fiscale eenheid slechts worden verrekend met winsten die aan die specifieke dochter zijn toe te rekenen (artikel 15ae Wet VPB 1969). De winstberekening geschiedt alsof de dochter zelfstandig belastingplichtig is. Dit beperkt de mogelijkheden om bestaande verliezen te benutten door middel van de fiscale eenheid.

    Recente Ontwikkelingen

    Per-elementbenadering

    Het Hof van Justitie van de EU heeft geoordeeld dat bepaalde voordelen van de fiscale eenheid niet mogen worden beperkt tot puur binnenlandse verhoudingen. De per-elementbenadering houdt in dat specifieke elementen van de fiscale eenheid (zoals de renteaftrekbepalingen en de verliesverrekening bij deelnemingen) ook in grensoverschrijdende situaties moeten kunnen worden toegepast.

    De wetgever heeft hierop gereageerd door de spoedreparatiemaatregelen van 2018, die bepaalde voordelen van de fiscale eenheid ook buiten de eenheid toepassen. Dit heeft de praktijk aanzienlijk gecompliceerd.

    Toekomst van de fiscale eenheid

    Er zijn plannen om de fiscale eenheid op termijn te vervangen door een groepsregeling die meer in lijn is met het EU-recht. Een dergelijke groepsregeling zou de consolidatie beperken tot specifiek benoemde elementen (zoals verliesverrekening) zonder de volledige vereenzelviging die de huidige fiscale eenheid biedt. De exacte invulling en het tijdpad zijn echter nog onduidelijk.

    Praktische Overwegingen

    Wanneer wel een fiscale eenheid?

  • Bij substantiele verliezen bij een of meer groepsvennootschappen die kunnen worden verrekend met winsten elders in de groep.
  • Bij frequente onderlinge transacties waarvoor anders verrekenprijsdocumentatie nodig zou zijn.
  • Bij geplande interne herstructureringen.
  • Wanneer geen fiscale eenheid?

  • Bij meerdere winstgevende vennootschappen met elk een winst onder € 200.000 (behoud tariefstaffel).
  • Bij vennootschappen die op korte termijn worden verkocht (vermijdt ontvoegingsproblematiek).
  • Bij beperkte onderlinge transacties en geen verliesverrekening.
  • Conclusie

    De fiscale eenheid is een krachtig instrument in de Nederlandse VPB dat zorgvuldige afweging vereist. De voordelen van verliesverrekening en administratieve vereenvoudiging moeten worden afgewogen tegen de nadelen van hoofdelijke aansprakelijkheid, verlies van tariefschijven en ontvoegingsrisico's. Een periodieke evaluatie van de meerwaarde van de fiscale eenheid is aan te bevelen, met name bij veranderingen in de groepsstructuur of de winstgevendheid van individuele vennootschappen.

    Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.