Dividendbelasting en Voorkoming van Dubbele Belasting in 2026
De dividendbelasting is een bronbelasting die wordt geheven op opbrengsten uit aandelen, winstbewijzen en vergelijkbare vermogensrechten in Nederlandse vennootschappen. Geregeld in de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965), vormt deze belasting een belangrijk onderdeel van het Nederlandse belastingstelsel met sterke internationale dimensies. In dit artikel bespreken wij de werking, de vrijstellingen en de verdragstoepassing in 2026.
Werking van de Dividendbelasting
Inhoudingsplicht
De dividendbelasting wordt ingehouden door het lichaam dat de opbrengst ter beschikking stelt. De inhoudingsplichtige is doorgaans de in Nederland gevestigde vennootschap (BV of NV) die dividend uitkeert. Het tarief bedraagt 15% over het bruto dividend.
De inhoudingsplichtige is verantwoordelijk voor:
Opbrengstbegrip
Het begrip opbrengst in de Wet DB 1965 is ruimer dan alleen reguliere dividenden. Het omvat onder meer:
Verhouding tot inkomstenbelasting en VPB
De dividendbelasting is in beginsel een voorheffing die kan worden verrekend met de inkomstenbelasting (box 2 of box 3) of de vennootschapsbelasting van de ontvanger. Voor binnenlandse aandeelhouders leidt de dividendbelasting daardoor niet tot een extra belastingdruk: het ingehouden bedrag wordt verrekend bij de aangifte.
Voor buitenlandse aandeelhouders kan de dividendbelasting echter een definitieve heffing zijn, tenzij een belastingverdrag van toepassing is dat het tarief verlaagt of een teruggaaf mogelijk maakt.
Inhoudingsvrijstellingen
EU/EER-vrijstelling
Op grond van artikel 4 lid 2 Wet DB 1965 geldt een inhoudingsvrijstelling voor dividenden aan moedervennootschappen die zijn gevestigd in de EU of EER, mits:
Deze vrijstelling is de implementatie van de EU Moeder-Dochterrichtlijn (2011/96/EU) en voorkomt dubbele heffing binnen de EU.
Verdragsvrijstelling
Veel door Nederland gesloten belastingverdragen bevatten bepalingen die het dividendbelastingtarief verlagen. Veelvoorkomende verdragstarieven zijn:
De toepassing van een verlaagd verdragstarief vereist dat de ontvanger van het dividend de uiteindelijk gerechtigde is tot het inkomen (beneficial owner). Deze eis voorkomt het gebruik van tussengeschakelde vennootschappen om verdragsvoordelen te claimen (treaty shopping).
Inhoudingsvrijstelling voor binnenlandse verhoudingen
Binnen een fiscale eenheid voor de VPB is geen dividendbelasting verschuldigd op onderlinge winstuitkeringen. Daarnaast geldt een inhoudingsvrijstelling indien het ontvangende lichaam een deelneming houdt die kwalificeert voor de deelnemingsvrijstelling in de VPB.
Teruggaafprocedure
Buitenlandse aandeelhouders
Buitenlandse aandeelhouders die recht hebben op een verdragsreductie maar bij wie het volle tarief van 15% is ingehouden, kunnen een teruggaaf aanvragen bij de Belastingdienst. Het verzoek moet worden gedaan met het formulier IB 92 en moet worden onderbouwd met:
De teruggaafprocedure kan enige tijd in beslag nemen. Het is raadzaam om het verzoek tijdig in te dienen.
Niet-verdragslanden
Aandeelhouders in landen waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft gesloten, hebben in beginsel geen recht op een lager tarief dan 15%. In sommige gevallen biedt het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 een eenzijdige regeling, maar dit geldt niet voor inkomende dividenden.
Conditionele Bronbelasting
Naast de reguliere dividendbelasting kent Nederland sinds 2024 een conditionele bronbelasting op dividenden (artikel 12ab Wet VPB 1969 jo. Wet bronbelasting 2021). Deze bronbelasting wordt geheven op dividendbetalingen aan gelieerde lichamen in:
Het tarief van de conditionele bronbelasting bedraagt 25,8% in 2026 en komt bovenop (of in plaats van) de reguliere dividendbelasting. De bronbelasting kan niet worden verminderd door belastingverdragen die zijn gesloten na 2021.
Voorkoming van Dubbele Belasting
Verrekening in de inkomstenbelasting
Binnenlands belastingplichtige natuurlijke personen verrekenen de ingehouden dividendbelasting in hun aangifte inkomstenbelasting:
Verrekening in de VPB
Binnenlandse vennootschappen die een deelneming houden die kwalificeert voor de deelnemingsvrijstelling, zijn niet belast over het ontvangen dividend. De dividendbelasting wordt in dat geval teruggegeven of verrekend.
Buitenlandse dividenden
Nederlandse belastingplichtigen die dividend ontvangen uit het buitenland, worden in Nederland belast over dat dividend. De in het buitenland ingehouden bronbelasting kan worden verrekend met de Nederlandse belasting, op grond van het toepasselijke belastingverdrag of het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.
De verrekening is gemaximeerd: het bedrag aan buitenlandse bronbelasting dat kan worden verrekend, is begrensd tot het bedrag aan Nederlandse belasting dat over het buitenlandse dividend is verschuldigd (de evenredigheidsmethode).
Aangifte en Compliance
Aangifteplicht inhoudingsplichtige
De inhoudingsplichtige vennootschap doet aangifte dividendbelasting binnen een maand na het beschikbaar stellen van de opbrengst. De aangifte geschiedt per dividenduitkering.
Administratieverplichtingen
De inhoudingsplichtige is verplicht om een deugdelijke administratie te voeren van alle uitkeringen, de ingehouden belasting en de gegevens van de aandeelhouders. Bij toepassing van een inhoudingsvrijstelling of een verlaagd verdragstarief moet de administratie de grondslag voor de toepassing bevatten.
Informatie-uitwisseling
In het kader van de automatische gegevensuitwisseling (CRS/DAC) worden gegevens over dividenduitkeringen uitgewisseld met buitenlandse belastingdiensten. Aandeelhouders kunnen ervan uitgaan dat hun buitenlandse belastingdienst op de hoogte is van in Nederland ontvangen dividenden.
Recente Ontwikkelingen
Dividendstripping
De bestrijding van dividendstripping blijft een speerpunt van de wetgever. Bij dividendstripping worden aandelen kort voor de ex-dividenddatum overgedragen aan een partij die recht heeft op een lager belastingtarief (of teruggaaf), waarna de aandelen na de dividenddatum worden teruggeleverd. De wet bevat antimisbruikbepalingen (artikel 4 lid 7 en verder Wet DB 1965) die teruggaaf weigeren bij dividendstripping.
Europese jurisprudentie
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in diverse arresten de kaders voor de dividendbelasting verduidelijkt. Belangrijke overwegingen betreffen de verenigbaarheid van de Nederlandse dividendbelasting met de vrijheid van kapitaalverkeer en de Moeder-Dochterrichtlijn.
Conclusie
De dividendbelasting is een ogenschijnlijk eenvoudige bronbelasting die in de praktijk complexe vraagstukken oproept, met name in internationale verhoudingen. De wisselwerking tussen nationale wetgeving, EU-recht en bilaterale belastingverdragen vereist deskundige begeleiding. Zowel inhoudingsplichtigen als aandeelhouders doen er goed aan hun positie periodiek te laten beoordelen.
Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.