·Susan Cabot·6 mindividendbelastingbronbelastingdubbele belastingverdragen

Dividendbelasting en Voorkoming van Dubbele Belasting in 2026

De dividendbelasting is een bronbelasting op winstuitkeringen. Dit artikel behandelt de werking van de dividendbelasting, inhoudingsvrijstellingen, belastingverdragen en de voorkoming van dubbele belasting in 2026.

Dividendbelasting en Voorkoming van Dubbele Belasting in 2026

De dividendbelasting is een bronbelasting die wordt geheven op opbrengsten uit aandelen, winstbewijzen en vergelijkbare vermogensrechten in Nederlandse vennootschappen. Geregeld in de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965), vormt deze belasting een belangrijk onderdeel van het Nederlandse belastingstelsel met sterke internationale dimensies. In dit artikel bespreken wij de werking, de vrijstellingen en de verdragstoepassing in 2026.

Werking van de Dividendbelasting

Inhoudingsplicht

De dividendbelasting wordt ingehouden door het lichaam dat de opbrengst ter beschikking stelt. De inhoudingsplichtige is doorgaans de in Nederland gevestigde vennootschap (BV of NV) die dividend uitkeert. Het tarief bedraagt 15% over het bruto dividend.

De inhoudingsplichtige is verantwoordelijk voor:

  • Het inhouden van 15% dividendbelasting op de bruto-uitkering.
  • Het afdragen van de ingehouden belasting aan de Belastingdienst.
  • Het verstrekken van een dividendnota aan de aandeelhouder.
  • Opbrengstbegrip

    Het begrip opbrengst in de Wet DB 1965 is ruimer dan alleen reguliere dividenden. Het omvat onder meer:

  • Reguliere dividenden: Winstuitkeringen in contanten of in natura.
  • Bonusaandelen: Uitkering van stockdividend (aandelen in plaats van contanten), voor zover deze niet ten laste van het gestorte kapitaal worden uitgegeven.
  • Liquidatie-uitkeringen: Uitkeringen bij liquidatie van de vennootschap, voor zover deze het gestorte kapitaal overtreffen.
  • Inkoop van eigen aandelen: De tegenprestatie bij inkoop van eigen aandelen, voor zover deze het gemiddeld gestorte kapitaal per aandeel overtreft.
  • Terugbetaling van gestort kapitaal: In beginsel geen opbrengst, maar bij vermenging met winstreserves kan het als opbrengst kwalificeren.
  • Verhouding tot inkomstenbelasting en VPB

    De dividendbelasting is in beginsel een voorheffing die kan worden verrekend met de inkomstenbelasting (box 2 of box 3) of de vennootschapsbelasting van de ontvanger. Voor binnenlandse aandeelhouders leidt de dividendbelasting daardoor niet tot een extra belastingdruk: het ingehouden bedrag wordt verrekend bij de aangifte.

    Voor buitenlandse aandeelhouders kan de dividendbelasting echter een definitieve heffing zijn, tenzij een belastingverdrag van toepassing is dat het tarief verlaagt of een teruggaaf mogelijk maakt.

    Inhoudingsvrijstellingen

    EU/EER-vrijstelling

    Op grond van artikel 4 lid 2 Wet DB 1965 geldt een inhoudingsvrijstelling voor dividenden aan moedervennootschappen die zijn gevestigd in de EU of EER, mits:

  • De moedervennootschap een belang houdt van ten minste 5% in het aandelenkapitaal van de Nederlandse vennootschap.
  • De moedervennootschap onderworpen is aan een winstbelasting in haar vestigingsstaat.
  • Er geen sprake is van misbruik (antimisbruiktoets).
  • Deze vrijstelling is de implementatie van de EU Moeder-Dochterrichtlijn (2011/96/EU) en voorkomt dubbele heffing binnen de EU.

    Verdragsvrijstelling

    Veel door Nederland gesloten belastingverdragen bevatten bepalingen die het dividendbelastingtarief verlagen. Veelvoorkomende verdragstarieven zijn:

  • 0%: Bij een deelneming van ten minste 10% of 25%, afhankelijk van het verdrag (bijvoorbeeld het verdrag met het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten).
  • 5%: Bij een substantieel belang (doorgaans 25% of meer).
  • 10%: Bij een kleiner belang.
  • 15%: Het nationale tarief, dat van toepassing blijft als het verdrag geen lager tarief voorziet.
  • De toepassing van een verlaagd verdragstarief vereist dat de ontvanger van het dividend de uiteindelijk gerechtigde is tot het inkomen (beneficial owner). Deze eis voorkomt het gebruik van tussengeschakelde vennootschappen om verdragsvoordelen te claimen (treaty shopping).

    Inhoudingsvrijstelling voor binnenlandse verhoudingen

    Binnen een fiscale eenheid voor de VPB is geen dividendbelasting verschuldigd op onderlinge winstuitkeringen. Daarnaast geldt een inhoudingsvrijstelling indien het ontvangende lichaam een deelneming houdt die kwalificeert voor de deelnemingsvrijstelling in de VPB.

    Teruggaafprocedure

    Buitenlandse aandeelhouders

    Buitenlandse aandeelhouders die recht hebben op een verdragsreductie maar bij wie het volle tarief van 15% is ingehouden, kunnen een teruggaaf aanvragen bij de Belastingdienst. Het verzoek moet worden gedaan met het formulier IB 92 en moet worden onderbouwd met:

  • Een woonplaatsverklaring van de bevoegde autoriteit in de woonstaat.
  • Bewijs van aandelenbezit.
  • De dividendnota met vermelding van de ingehouden belasting.
  • De teruggaafprocedure kan enige tijd in beslag nemen. Het is raadzaam om het verzoek tijdig in te dienen.

    Niet-verdragslanden

    Aandeelhouders in landen waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft gesloten, hebben in beginsel geen recht op een lager tarief dan 15%. In sommige gevallen biedt het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 een eenzijdige regeling, maar dit geldt niet voor inkomende dividenden.

    Conditionele Bronbelasting

    Naast de reguliere dividendbelasting kent Nederland sinds 2024 een conditionele bronbelasting op dividenden (artikel 12ab Wet VPB 1969 jo. Wet bronbelasting 2021). Deze bronbelasting wordt geheven op dividendbetalingen aan gelieerde lichamen in:

  • Laagbelastende jurisdicties (effectief tarief lager dan 9%).
  • Landen op de EU-lijst van niet-cooperatieve jurisdicties.
  • Misbruiksituaties.
  • Het tarief van de conditionele bronbelasting bedraagt 25,8% in 2026 en komt bovenop (of in plaats van) de reguliere dividendbelasting. De bronbelasting kan niet worden verminderd door belastingverdragen die zijn gesloten na 2021.

    Voorkoming van Dubbele Belasting

    Verrekening in de inkomstenbelasting

    Binnenlands belastingplichtige natuurlijke personen verrekenen de ingehouden dividendbelasting in hun aangifte inkomstenbelasting:

  • Box 2 (aanmerkelijk belang): Het dividend wordt belast tegen 24,5% (tot € 67.000) of 33% (daarboven). De ingehouden dividendbelasting van 15% wordt verrekend.
  • Box 3 (sparen en beleggen): De aandelen worden in box 3 meegenomen als bezitting. De ingehouden dividendbelasting wordt verrekend met de box-3-heffing.
  • Verrekening in de VPB

    Binnenlandse vennootschappen die een deelneming houden die kwalificeert voor de deelnemingsvrijstelling, zijn niet belast over het ontvangen dividend. De dividendbelasting wordt in dat geval teruggegeven of verrekend.

    Buitenlandse dividenden

    Nederlandse belastingplichtigen die dividend ontvangen uit het buitenland, worden in Nederland belast over dat dividend. De in het buitenland ingehouden bronbelasting kan worden verrekend met de Nederlandse belasting, op grond van het toepasselijke belastingverdrag of het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.

    De verrekening is gemaximeerd: het bedrag aan buitenlandse bronbelasting dat kan worden verrekend, is begrensd tot het bedrag aan Nederlandse belasting dat over het buitenlandse dividend is verschuldigd (de evenredigheidsmethode).

    Aangifte en Compliance

    Aangifteplicht inhoudingsplichtige

    De inhoudingsplichtige vennootschap doet aangifte dividendbelasting binnen een maand na het beschikbaar stellen van de opbrengst. De aangifte geschiedt per dividenduitkering.

    Administratieverplichtingen

    De inhoudingsplichtige is verplicht om een deugdelijke administratie te voeren van alle uitkeringen, de ingehouden belasting en de gegevens van de aandeelhouders. Bij toepassing van een inhoudingsvrijstelling of een verlaagd verdragstarief moet de administratie de grondslag voor de toepassing bevatten.

    Informatie-uitwisseling

    In het kader van de automatische gegevensuitwisseling (CRS/DAC) worden gegevens over dividenduitkeringen uitgewisseld met buitenlandse belastingdiensten. Aandeelhouders kunnen ervan uitgaan dat hun buitenlandse belastingdienst op de hoogte is van in Nederland ontvangen dividenden.

    Recente Ontwikkelingen

    Dividendstripping

    De bestrijding van dividendstripping blijft een speerpunt van de wetgever. Bij dividendstripping worden aandelen kort voor de ex-dividenddatum overgedragen aan een partij die recht heeft op een lager belastingtarief (of teruggaaf), waarna de aandelen na de dividenddatum worden teruggeleverd. De wet bevat antimisbruikbepalingen (artikel 4 lid 7 en verder Wet DB 1965) die teruggaaf weigeren bij dividendstripping.

    Europese jurisprudentie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in diverse arresten de kaders voor de dividendbelasting verduidelijkt. Belangrijke overwegingen betreffen de verenigbaarheid van de Nederlandse dividendbelasting met de vrijheid van kapitaalverkeer en de Moeder-Dochterrichtlijn.

    Conclusie

    De dividendbelasting is een ogenschijnlijk eenvoudige bronbelasting die in de praktijk complexe vraagstukken oproept, met name in internationale verhoudingen. De wisselwerking tussen nationale wetgeving, EU-recht en bilaterale belastingverdragen vereist deskundige begeleiding. Zowel inhoudingsplichtigen als aandeelhouders doen er goed aan hun positie periodiek te laten beoordelen.

    Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.